Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser werd op 17 november 2025 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet. De maatregel werd op 13 februari 2026 opgeheven nadat het Libische consulaat zijn nationaliteit niet kon bevestigen. De rechtbank beoordeelde of de voortzetting van de bewaring tot die datum rechtmatig was en of eiser recht had op schadevergoeding.
De rechtbank stelde vast dat tot 6 februari 2026 het voortduren van de bewaring gerechtvaardigd was vanwege lopend dossieronderzoek en een vertrekgesprek. Na 6 februari 2026 vond geen feitelijke uitzettingshandeling meer plaats en was er geen concreet onderzoek meer, waardoor de bewaring vanaf 7 februari 2026 onrechtmatig werd.
De rechtbank oordeelde dat de late beslissing op het vervolgberoep na 19 maart 2026 niet tot onrechtmatige detentie leidde omdat de bewaring al op 13 februari was opgeheven. De rechtbank kende eiser een schadevergoeding toe van €840 voor zeven dagen onrechtmatige bewaring en veroordeelde de Staat in de proceskosten van €934.
De uitspraak is definitief en er staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De bewaring was onrechtmatig vanaf 7 februari 2026 en eiser krijgt een schadevergoeding van €840 toegekend.