Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
2. problemen vanwege eisers seksuele gerichtheid.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Ugandese nationaliteit dragende vreemdeling, vroeg asiel aan met als motief zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen in Uganda. De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende onderbouwing en geloofwaardigheid van het asielrelaas.
De rechtbank oordeelt dat de minister het referentiekader van eiser onvoldoende in samenhang heeft betrokken en onvolledig is omgegaan met de ingebrachte documenten en verklaringen. Diverse aspecten van het asielrelaas die op LHBTI-gerichtheid duiden, zijn niet meegenomen in de besluitvorming.
De rechtbank stelt dat de motiveringen van de minister over de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid en de relatie met [persoon 1] onvoldoende concreet en onderbouwd zijn, mede gelet op het individuele referentiekader van eiser. De minister heeft onterecht te hoge verwachtingen gesteld aan de verklaringen van eiser zonder deze te baseren op algemeen bekende feiten of landeninformatie.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak en de bewijswaarde van de ingebrachte documenten. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen rekening houdend met deze uitspraak.