Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn en een eerder door de rechtbank gestelde nadere termijn zijn overschreden. De ingebrekestelling is correct en het beroep is tijdig ingesteld.
De rechtbank stelt een nieuwe beslistermijn vast tot uiterlijk 4 augustus 2026, rekening houdend met bijzondere omstandigheden zoals achterstanden bij de behandeling van asielaanvragen. Deze termijn overschrijdt niet de maximale termijn van 21 maanden zoals genoemd in de Procedurerichtlijn.
De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 voor het geval de minister niet binnen deze termijn beslist. Tevens worden proceskosten aan eiser toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier S. Mohandes, zonder zitting.