Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn, zoals wettelijk bepaald in de Vreemdelingenwet 2000, is overschreden en dat een eerder door de rechtbank gestelde termijn niet is nageleefd.
De rechtbank oordeelt dat de verlenging van de beslistermijn met negen maanden onvoldoende is gemotiveerd en derhalve niet rechtsgeldig is. Ondanks achterstanden in de behandeling van asielaanvragen, acht de rechtbank dit geen reden om af te zien van het opleggen van een dwangsom.
De rechtbank draagt de minister op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Voor elke dag dat de minister deze termijn overschrijdt, verbeurt hij een dwangsom van € 200 met een maximum van € 15.000. Tevens worden proceskosten aan eiser toegekend.
De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier P. Lukanika, zonder zitting. De rechtbank wijst op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.