Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn en een eerder gestelde nadere termijn zijn overschreden en dat het beroep gegrond is. De minister van Asiel en Migratie wordt opgedragen uiterlijk 13 augustus 2026 een besluit te nemen.
De rechtbank stelt vast dat de verlenging van de beslistermijn met negen maanden onvoldoende is gemotiveerd en dat de wettelijke beslistermijn van zes maanden geldt. Er zijn bijzondere omstandigheden, zoals achterstanden bij de behandeling van asielaanvragen, die een redelijke termijn tot 13 augustus 2026 rechtvaardigen.
Daarnaast legt de rechtbank een rechterlijke dwangsom op van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt. Tevens worden proceskosten aan eiser toegekend. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie.