ECLI:NL:RBDHA:2026:664
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- O. El Kadi
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid en ontbreken gegronde vrees vervolging
Eiseres diende op 9 februari 2022 een asielaanvraag in, die door de minister van Asiel en Migratie op 17 januari 2025 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Zij voerde aan dat zij in Congo was mishandeld en verkracht door mannen van een hooggeplaatste generaal, en dat zij en haar gezin daardoor gevaar liepen. De rechtbank behandelde het beroep op 18 november 2025.
De rechtbank oordeelt dat het besluit van de minister zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd is genomen. De minister achtte het asielmotief identiteit en nationaliteit geloofwaardig, maar de verklaringen over de problemen met de generaal ongeloofwaardig vanwege inconsistenties, gebrek aan bewijsstukken en onduidelijkheden. Ook het late indienen van de asielaanvraag en het legaal verlaten van Congo spreken tegen de geloofwaardigheid.
Eiseres stelde dat de nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling in werkinstructie 2024/6 in strijd is met het Unierecht, maar de rechtbank volgt eerdere uitspraken en ziet geen strijdigheid. Verder was er geen noodzaak voor een forensisch medisch onderzoek. De rechtbank concludeert dat eiseres geen gegronde vrees voor vervolging of ernstig risico op schade heeft aangetoond. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag blijft afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid en het ontbreken van een gegronde vrees voor vervolging.