ECLI:NL:RBDHA:2026:6641
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit en tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander
Eiseres, een Marokkaanse derdelander die vanuit Oekraïne naar Nederland is gekomen vanwege de invasie, kreeg een terugkeerbesluit opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Dit besluit beëindigde haar verblijfsrecht op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB). Eiseres voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder het vertrouwensbeginsel, het beroep op een voorlopige voorziening en de bevriezingsmaatregel, en een beroep op artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelt dat het terugkeerbesluit van 7 augustus 2025 als vervangend besluit moet worden beoordeeld en verklaart het beroep tegen het eerdere besluit van 21 februari 2024 niet-ontvankelijk vanwege intrekking. De rechtbank wijst het beroep tegen het vervangende besluit ongegrond. De rechtbank volgt de Afdeling bestuursrechtspraak en het arrest Kaduna en Abkez van het Hof van Justitie van de EU, die stellen dat facultatieve tijdelijke bescherming eerder kan worden beëindigd zonder schending van het vertrouwensbeginsel.
Verder oordeelt de rechtbank dat de voorlopige voorziening en bevriezingsmaatregel niet leiden tot rechtmatig verblijf in de zin van de Terugkeerrichtlijn en dat de minister een geactualiseerde refoulementbeoordeling heeft gemaakt. Er is geen reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van eiseres wegens het prematuur genomen eerste besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.