Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:6879

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
27 maart 2026
Zaaknummer
NL26.15001
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vw 2000Art. 94 Vw 2000Art. 96 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring beroep tegen voortduring maatregel van bewaring vreemdeling

De minister van Asiel en Migratie legde op 9 oktober 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel werd eerder door de rechtbank getoetst in uitspraken van 24 oktober 2025 en 7 januari 2026, waarbij de maatregel tot dat moment rechtmatig werd bevonden.

De minister verzocht op 16 maart 2026 om beoordeling van de voortduring van de maatregel, omdat het beroep van eiser langer dan 75 dagen geleden was ingesteld. De rechtbank kwalificeerde deze vervolgkennisgeving als een nieuw beroep tegen het voortduren van de bewaring. Na sluiting van het vooronderzoek op 23 maart 2026 vond geen zitting plaats.

De rechtbank oordeelde dat sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 31 december 2025 geen onrechtmatigheid is gebleken in het voortduren van de maatregel. Eiser heeft geen nieuwe gronden aangevoerd en de door de minister verstrekte gegevens rechtvaardigen geen andere conclusie. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.

De uitspraak is gedaan door rechter S.A. van Hoof en griffier J.M. van Kouwen en is in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen de voortduring van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.15001

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. M.M. Polman),
en

de minister van Asiel en Migratie

Procesverloop

De minister heeft op 9 oktober 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
De rechtbank heeft deze maatregel al eerder getoetst bij uitspraken van 24 oktober 2025 [1] en 7 januari 2026. [2]
De minister heeft de rechtbank op 16 maart 2026 laten weten dat het langer dan 75 dagen geleden is dat eiser beroep heeft ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring. Daarom heeft de minister verzocht om te beoordelen of de bewaring kan voortduren (de vervolgkennisgeving). Daarbij heeft de minister een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft daar niet op gereageerd.
De rechtbank merkt de vervolgkennisgeving aan als een beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring. Uit artikel 94, eerste lid, van de Vw 2000 volgt dat de vreemdeling geacht wordt beroep te hebben ingesteld tegen het besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel zodra de rechtbank de (eerste) kennisgeving heeft ontvangen. Omdat de vervolgkennisgeving (nog) niet in de Nederlandse wet- of regelgeving is opgenomen, past de rechtbank deze regel op overeenkomstige wijze toe op de vervolgkennisgeving.
De rechtbank heeft het vooronderzoek op 23 maart 2026 gesloten en bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft. [3]

Overwegingen

1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw 2000 het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
1.1.
De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 7 januari 2026 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek, op 31 december 2025.
Leidt ambtshalve toetsing tot onrechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring?
2. De rechtbank stelt vast dat eiser geen gronden heeft ingediend tegen het voortduren van de maatregel van bewaring. De rechtbank ziet in de door de minister verstrekte gegevens ook geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet (langer) is voldaan. [4]

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.M. van Kouwen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Rb. Den Haag, zp. Arnhem 24 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:19478.
2.Rb. Den Haag, zp. Arnhem 7 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:138.
3.Dit is mogelijk op grond van artikel 96, eerste lid, van de Vw 2000.
4.Vergelijk HvJEU 4 september 2025, ECLI:EU:C:2025:647 (