Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 27 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser] , v-nummer [nummer] , eiser
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
bevoegdwas om de verblijfsvergunning van eiser in te trekken, omdat is voldaan aan de voorwaarde voor intrekking uit artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000. Eiser heeft wel betoogd dat de minister in zijn geval niet van die bevoegdheid gebruik mocht maken. Eiser heeft namelijk betoogd dat de intrekking van zijn verblijfsvergunning onevenredig is, in strijd is met artikel 8 van Pro het EVRM en dat hij in Somalië een reëel risico op ernstige schade loopt. Verder heeft eiser betoogd dat de minister hem in het kader van het terugkeerbesluit geen vertrektermijn mocht onthouden en hem geen inreisverbod mocht opleggen.