In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedaan op 19 januari 2026, gaat het om een beroep dat eiseres heeft ingediend tegen de minister van Asiel en Migratie. Eiseres had op 11 juli 2024 een asielaanvraag ingediend, maar de minister had niet tijdig beslist. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn is verstreken en dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van € 100,- per dag, met een maximum van € 15.000,-, als de minister de nieuwe beslistermijn van zestien weken overschrijdt. De rechtbank bepaalt dat de minister binnen deze termijn alsnog een besluit moet nemen op de aanvraag. Daarnaast moet de minister de proceskosten van eiseres vergoeden, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is openbaar gemaakt en kan worden aangetroffen op rechtspraak.nl.