ECLI:NL:RBDHA:2026:7169
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op bezwaar verblijfsdocument EU/EER
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER. De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn, die uiterlijk op 4 juli 2025 liep, heeft overschreden zonder een besluit te nemen. Eiseres heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend.
De rechtbank overweegt dat bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval, maar dat dit niet leidt tot een afwijkende termijn in deze zaak. De rechtbank legt daarom een nadere beslistermijn van twaalf weken op, aansluitend bij eerdere jurisprudentie over passende beslistermijnen.
Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend, maar heeft aangegeven voornemens te zijn eiseres en haar moeder te horen. De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor het overschrijden van de termijn. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twaalf weken een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.