Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
( ) Nee
( ) Nee
( ) Nee
( ) Nee
( ) € 200 per dag met een maximum van € 15.000.
( ) Nee
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn, inclusief een eerder door de rechtbank gestelde nadere termijn, is overschreden. De ingebrekestelling is correct en het beroep is tijdig ingesteld.
De rechtbank stelt vast dat de uiterste termijn van 21 maanden, zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn, is overschreden op 9 oktober 2025. Daarom draagt de rechtbank de minister op om zo snel mogelijk, doch uiterlijk binnen twee weken na verzending van deze uitspraak, een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een rechterlijke dwangsom op van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 voor elke dag dat de minister niet binnen de gestelde termijn beslist. Tevens worden proceskosten aan eiser toegekend ter hoogte van € 467.
De rechtbank verwijst naar de wettelijke kaders, waaronder de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht, en benadrukt dat de verlenging van de beslistermijn door de minister onvoldoende is gemotiveerd. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen twee weken alsnog te beslissen onder dreiging van een dwangsom.