ECLI:NL:RBDHA:2026:7250
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens internationale bescherming in Letland
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, heeft internationale bescherming in Letland sinds januari 2025 en verzocht in juli 2025 asiel in Nederland. De minister van Asiel en Migratie verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiser al bescherming geniet in een andere EU-lidstaat, Letland.
Eiser betoogde dat hij vanwege de moeizame zwangerschap van zijn Nederlandse echtgenote in Nederland moest blijven om haar bij te staan en dat het gezinsleven onder artikel 8 EVRM Pro hierdoor wordt geschonden. Hij stelde ook dat hij in Letland geen werk of huisvesting kon vinden.
De rechtbank oordeelde dat het recht op gezinsleven geen absoluut recht op verblijf in Nederland inhoudt en dat het redelijk is dat eiser terugkeert naar Letland, waar de benodigde zorg aanwezig is en waar zijn vrouw en kind zich kunnen vestigen. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat terugkeer onredelijk is.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de asielaanvraag terecht niet-ontvankelijk. Eiser kan een reguliere verblijfsvergunning aanvragen en hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de asielaanvraag niet-ontvankelijk en het beroep ongegrond omdat eiser internationale bescherming geniet in Letland en het redelijk is dat hij daar verblijft.