Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsdocument als bewijs van rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan, gebaseerd op afgeleid verblijfsrecht volgens het arrest Chavez-Vilchez. Hij wil verblijven bij zijn minderjarige Nederlandse zoon. Verweerder wees de aanvraag en het bezwaar af, waarna de rechtbank het beroep in eerste instantie ongegrond verklaarde. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde deze uitspraak en beval een heroverweging.
In het bestreden besluit concludeerde verweerder opnieuw dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijke zorg- en opvoedtaken verricht, mede omdat hij sinds juli 2023 niet meer samenwoont met zijn zoon en ex-partner. De overgelegde bewijsstukken, zoals foto’s en verklaringen, werden als onvoldoende beoordeeld. Eiser stelde dat hij ondanks het beëindigen van de samenwoning een actieve rol vervult, maar dit werd niet onderbouwd met actuele objectieve bewijsstukken.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat geen afhankelijkheidsverhouding bestaat zoals bedoeld in het Chavez-arrest. De moeder is de primaire verzorger en er is geen bewijs dat het kind gedwongen zou worden Nederland te verlaten zonder verblijf van eiser. Ook is niet gebleken dat het belang van het kind of artikel 8 EVRM Pro schending rechtvaardigt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijke zorg- en opvoedtaken verricht voor zijn minderjarige zoon.