ECLI:NL:RBDHA:2026:7339
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank beoordeelt het beroep op basis van de aangevoerde beroepsgronden en stelt vast dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij Nederland erop mag vertrouwen dat Kroatië zijn verdragsverplichtingen nakomt. Eiser betwist de verantwoordelijkheid van Kroatië niet, maar voert aan dat zijn persoonlijke situatie een uitzondering rechtvaardigt vanwege slechte behandeling in Kroatië.
De rechtbank oordeelt dat de persoonlijke omstandigheden van eiser onvoldoende zijn om af te wijken van het vertrouwensbeginsel. Er is geen bewijs dat eiser heeft geprobeerd te klagen bij de autoriteiten in Kroatië of dat klagen zinloos zou zijn. Kroatië heeft bovendien met het claimakkoord van 28 november 2025 garanties gegeven over de behandeling van de aanvraag.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en blijft het besluit van de minister in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.