Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 467 (vierhonderdzevenenzestig euro).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging voor zijn familieleden. De rechtbank stelt vast dat de minister de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen.
De minister hanteert het fifo-principe voor de behandeling van nareisaanvragen, waardoor de aanvraag van eiser pas in februari 2026 in behandeling wordt genomen. De rechtbank oordeelt dat dit een bijzonder geval is en legt op grond van de Awb een nadere beslistermijn van acht weken op, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd om naleving van de termijn af te dwingen. De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiser. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een beslistermijn en dwangsom op aan de minister voor het niet tijdig beslissen op de aanvraag gezinshereniging.