Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 467 (vierhonderdzevenenzestig euro).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging voor zijn vrouw en kinderen. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegewezen.
De aanvraag is ingediend op 3 september 2024 en de minister had uiterlijk 2 maart 2025 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Het beroep is tijdig ingesteld na een rechtsgeldige ingebrekestelling. De minister hanteert het fifo-principe, waardoor de aanvraag pas in oktober 2027 in behandeling wordt genomen.
De rechtbank oordeelt dat bij aanvragen om gezinshereniging voor asielvergunninghouders sprake is van een bijzonder geval en legt een nadere beslistermijn van acht weken op, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd.
De rechtbank wijst het verzoek tot vaststelling van een bestuurlijke dwangsom af vanwege de nieuwe wetgeving. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van €467. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert op 31 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding.