Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf, waarbij eiseres een aanvraag deed op grond van artikel 8 EVRM Pro voor het verblijfsdoel 'familie en gezin' en eiser 1 en 2 een aanvraag in het kader van nareis.
De rechtbank had eerder op 24 februari 2025 het eerste beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen een termijn van acht tot twintig weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding. Ondanks deze uitspraak heeft de minister geen besluit genomen, waarop eisers opnieuw beroep instelden.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht definitief toe, en draagt de minister op binnen twee weken na deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 200 per dag opgelegd met een maximum van € 15.000, en worden de proceskosten van € 467 aan eisers toegekend.
De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en benadrukt dat de eerder opgelegde dwangsom onvoldoende prikkel bleek om tijdig te beslissen. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem op 31 maart 2026 te Middelburg.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen twee weken een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.