Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 467 (vierhonderdzevenenzestig euro).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging bij haar dochter. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 27 juni 2024 en verweerder had uiterlijk 27 december 2024 moeten beslissen, maar heeft dit nagelaten. Verweerder is op 27 augustus 2025 rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep is tijdig ingesteld op 11 september 2025. Verweerder hanteert het fifo-principe, waardoor de aanvraag pas in maart 2027 in behandeling wordt genomen.
De rechtbank oordeelt dat dit een bijzonder geval is en legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €467.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en legt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 op.