Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn, inclusief een eerder door de rechtbank gestelde nadere termijn, is overschreden. De minister van Asiel en Migratie heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de beslistermijn verlengd zou moeten worden, waardoor de wettelijke termijn van zes maanden geldt.
De rechtbank draagt de minister op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Bij overschrijding van deze termijn wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd, met een maximum van € 15.000. Tevens worden proceskosten aan eiser toegekend.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt. De rechtbank verwijst naar relevante wetsartikelen en jurisprudentie, waaronder de Vreemdelingenwet 2000, de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingencirculaire. De procedurele regels omtrent ingebrekestelling en dwangsommen zijn uitvoerig besproken.
De uitspraak benadrukt dat bij niet tijdig beslissen op asielaanvragen de rechterlijke dwangsom een effectief middel is om naleving van termijnen af te dwingen. De minister wordt aangespoord om binnen de gestelde termijn te beslissen om verdere dwangsommen te voorkomen.