Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn, alsmede een eerder door de rechtbank gestelde nadere termijn, zijn overschreden. De ingebrekestelling is correct en het beroep is tijdig ingesteld.
De rechtbank constateert dat de verlenging van de beslistermijn met negen maanden onvoldoende is gemotiveerd en derhalve niet rechtsgeldig is. De wettelijke beslistermijn van zes maanden is van toepassing. Gezien de bijzondere omstandigheden is de uiterste termijn van 21 maanden uit de Procedurerichtlijn overschreden.
De rechtbank draagt de minister op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een rechterlijke dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd voor elke dag dat de minister niet binnen deze termijn beslist. Daarnaast worden proceskosten aan eiser toegekend.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.