Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 15.000 (vijftienduizend euro);
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn zoon. De rechtbank heeft bij eerdere uitspraak van 21 februari 2025 het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een verlengde termijn van twintig weken indien nader onderzoek nodig was.
Ondanks deze uitspraak heeft verweerder geen besluit genomen, waarop eiser op 30 september 2025 opnieuw beroep instelde. De rechtbank verklaart dit beroep ontvankelijk en gegrond, omdat verweerder nog steeds niet heeft beslist. De rechtbank legt een nieuwe termijn van twee weken op waarbinnen verweerder alsnog moet besluiten.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 200 per dag opgelegd met een maximum van € 15.000, omdat de eerdere dwangsom onvoldoende effect had. Verweerder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 1 april 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen twee weken een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.