Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslistermijn en een eerder door de rechtbank gestelde nadere termijn zijn overschreden, en dat het beroep tijdig en correct is ingediend na een ingebrekestelling.
De rechtbank oordeelt dat de verlenging van de beslistermijn door verweerder onvoldoende is gemotiveerd en dat de wettelijke beslistermijn van zes maanden geldt. Gezien de achterstanden in de behandeling van asielaanvragen acht de rechtbank een nieuwe beslistermijn tot uiterlijk 14 augustus 2026 redelijk, waarbij zowel het belang van een zorgvuldige beslissing als het belang van eiser bij een spoedige beslissing wordt meegewogen.
De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 voor het geval verweerder niet binnen deze termijn beslist. Tevens worden proceskosten aan eiser toegekend. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie.