ECLI:NL:RBDHA:2026:7579
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn echtgenote. De rechtbank had eerder op 19 maart 2025 het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een verlengde termijn van twintig weken bij nader onderzoek.
Ondanks deze uitspraak heeft verweerder nog steeds geen besluit genomen, waarop eiser opnieuw beroep instelde op 26 oktober 2025. De rechtbank verklaart dit beroep ontvankelijk en gegrond, en draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 200 per dag op met een maximum van € 15.000 wegens de overschrijding van de beslistermijn. Verweerder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467. Het verzoek om griffierechtvrijstelling wegens betalingsonmacht wordt definitief toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, draagt verweerder op binnen twee weken een besluit te nemen en legt een dwangsom op wegens overschrijding.