In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, gaat het om een beroep dat eiseres heeft ingediend tegen de minister van Asiel en Migratie. Eiseres stelt dat de minister niet tijdig heeft beslist op haar asielaanvraag, ingediend op 6 augustus 2024. De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslistermijn is verstreken en heeft eerder een uitspraak gedaan op 12 november 2024, waarin het bestreden besluit van 20 september 2024 werd vernietigd. De minister werd opgedragen om binnen zes weken na bekendmaking van die uitspraak een nieuw besluit te nemen. Eiseres heeft de minister verzocht om alsnog binnen twee weken te beslissen, maar dit is niet gebeurd, waarna zij beroep heeft ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond verklaard. De minister moet nu alsnog een besluit nemen op de aanvraag, rekening houdend met het '8+8 wekenmodel', wat betekent dat de minister binnen zestien weken na de bekendmaking van deze uitspraak een besluit moet nemen. De rechtbank legt een dwangsom op van € 100,- per dag voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast moet de minister de proceskosten van eiseres vergoeden, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is openbaar gemaakt op 6 januari 2026.