ECLI:NL:RBDHA:2026:7998

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
NL25.45998
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Vreemdelingenwet 2000Art. 30b Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige herkomst en taalanalyse

Eiser, een minderjarige Somalische nationaliteit dragende persoon, diende op 8 mei 2023 een asielaanvraag in met het motief dat hij vanwege dreiging van Al-Shabaab moest vluchten uit Zuid-Somalië. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiser's identiteit, nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig werden geacht. Dit oordeel was mede gebaseerd op een taalanalyse van TOELT, die concludeerde dat eisers spraak niet overeenkomt met het dialect uit Zuid-Somalië, maar met dat uit het Somalische deel van Ethiopië.

Eiser betwistte de taalanalyse en overhandigde een contra-expertise van Verified, die stelde dat de taalanalyse onjuiste aannames bevatte en dat zijn spraak wel degelijk uit Zuid-Somalië kon komen. Verweerder legde een inhoudelijke reactie van TOELT op deze contra-expertise aan het besluit ten grondslag, waarin TOELT haar conclusies motiveerde en de argumenten van Verified weerlegde.

De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht op het deskundigenadvies van TOELT mocht vertrouwen, omdat dit zorgvuldig was opgesteld en de weerlegging van Verified onvoldoende was om twijfel te zaaien. De verklaringen van eiser over zijn woonomgeving en antwoorden tijdens het gehoor waren onvoldoende om de twijfel over zijn herkomst weg te nemen. Daarom was het niet nodig om de asielmotieven inhoudelijk te beoordelen.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter E.J. Govaers op 2 april 2026 te Middelburg.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en herkomst.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.45998

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. M.M. van Woensel),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. K. Bruin).

Procesverloop

Bij het besluit van 19 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond. [1]
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Partijen hebben over en weer op elkaars standpunten gereageerd.
De rechtbank heeft het beroep op 26 maart 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2010 en de Somalische nationaliteit te hebben. Hij heeft op 8 mei 2023 een asielaanvraag ingediend in Nederland. Aan zijn asielaanvraag heeft hij ten grondslag gelegd dat hij afkomstig is uit Arbaay Abdi, gelegen in het district Jilib in Zuid-Somalië en behoort tot de Sheekhaal-clan. Eiser heeft verklaard dat leden van Al-Shabaab naar zijn koranschool zijn gekomen om jongens van dertien jaar en ouder te rekruteren. Nadat de koranleraar had geweigerd daarvoor toestemming te geven, hebben leden van Al-Shabaab de ouders van de leerlingen onder druk gezet om hun kinderen te laten aansluiten, onder dreiging hen anders te doden. Eisers grootmoeder heeft daarop besloten met hem te vertrekken. Eiser vreest bij terugkeer naar Somalië alsnog in handen van Al-Shabaab te vallen.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond. Verweerder acht de door eiser gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig. Verweerder heeft zich daarbij gebaseerd op de verklaringen van eiser over zijn gestelde woonomgeving, die volgens verweerder summier, algemeen en op onderdelen tegenstrijdig zijn. Daarnaast baseert verweerder zich op de uitkomst van een door TOELT [2] verrichte taalanalyse van 13 september 2024. Uit de taalanalyse van TOELT is volgens verweerder eenduidig gebleken dat eiser niet uit Zuid-Somalië afkomstig is, maar dat zijn spraak overeenkomt met het Somalisch zoals dat gangbaar is in het Somalische gedeelte van Ethiopië. Dat wordt eiser als misleidend tegengeworpen. Het door eiser overgelegde rapport en nadere reactie van Verified geven verweerder geen aanleiding anders te oordelen. Volgens verweerder kunnen deze rapporten niet worden aangemerkt als een volwaardige contra-expertise en tonen zij niet overtuigend aan dat eiser zuidelijke taalkenmerken heeft. Verweerder heeft daarom de door eiser gestelde problemen met Al-Shabaab niet inhoudelijk beoordeeld, omdat deze slechts betekenis hebben tegen de achtergrond van de door eiser gestelde herkomst.
3. Eiser kan zich niet verenigen met het bestreden besluit en voert daartoe het volgende aan. Verweerder heeft zijn identiteit, nationaliteit en herkomst ten onrechte ongeloofwaardig geacht en zijn asielmotieven daardoor ten onrechte niet inhoudelijk beoordeeld. Eiser betwist de bruikbaarheid en de conclusies van de door TOELT verrichte taalanalyse van 13 september 2024. Hij beroept zich op het door hem overgelegde rapport van Verified van 19 maart 2025, waaruit volgt dat de taalanalyse uitgaat van onjuiste aannames over het taalgebruik in zijn gestelde herkomstgebied en dat zijn spraak niet tegenstrijdig is met een herkomst uit Zuid-Somalië. Volgens eiser is verweerder onvoldoende gemotiveerd ingegaan op het rapport van Verified en heeft verweerder niet zonder meer doorslaggevend gewicht aan de taalanalyse mogen toekennen. Eisers aanvraag kon niet als kennelijk ongegrond worden afgewezen, omdat geen sprake is van misleiding. Daarnaast heeft verweerder ten onrechte doorslaggevende betekenis toegekend aan zijn verklaringen over zijn woonomgeving en aan zijn verklaringen tijdens het AVIM [3] -gehoor, zonder daarbij voldoende rekening te houden met zijn minderjarigheid. In de aanvullende gronden van 12 januari 2026 heeft eiser een nadere reactie van Verified overgelegd op het TOELT-verweer van 16 april 2025.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling [4] volgt dat een taalanalyse van TOELT een deskundigenbericht is, waarvan verweerder in beginsel mag uitgaan. Verweerder moet daarbij wel nagaan of het advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, of de redenering daarin begrijpelijk is en of de getrokken conclusies daarop aansluiten. [5] Als een partij concrete aanknopingspunten naar voren brengt voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de daarin gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop, mag verweerder niet zonder nadere motivering op dat advies afgaan. Zo nodig vraagt het bestuursorgaan een reactie op wat over het advies is aangevoerd. [6] Algemene of methodische kritiek is daarvoor onvoldoende. [7]
5. Verweerder heeft de taalanalyse van TOELT mogen aanmerken als een deskundigenadvies. Verweerder heeft zich daarbij op het standpunt mogen stellen dat dit rapport op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen en dat de daarin getrokken conclusies inzichtelijk zijn opgebouwd. Het door eiser overgelegde rapport van Verified heeft, in het licht van de hierboven aangehaalde rechtspraak, terecht aanleiding gegeven om nader te bezien of de taalanalyse van TOELT, ook in het licht van dat rapport, aan het bestreden besluit ten grondslag kon worden gelegd.
6. Verweerder heeft naar aanleiding van het rapport van Verified een inhoudelijke reactie van TOELT van 16 april 2025 aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd. Hierin is ingegaan op de door Verified genoemde dialectvermenging in het gebied rond Jilib, de door eiser gestelde clanachtergrond en de door Verified genoemde taalvoorbeelden uit de bandopname. TOELT heeft in het weerwoord gemotiveerd uiteengezet waarom die punten volgens haar niet afdoen aan de conclusie dat eisers spraak niet te herleiden is tot de door hem gestelde spraakgemeenschap in Zuid-Somalië. Daarbij is ook gereageerd op de door Verified genoemde voorbeelden van woorden en taalvormen die volgens Verified juist op zuidelijke invloeden zouden wijzen. Verweerder heeft zich gelet hierop voldoende ervan vergewist dat de taalanalyse van TOELT, ook in het licht van het rapport van Verified, inzichtelijk en concludent is. Verweerder heeft de uitkomst van de taalanalyse daarom aan zijn beoordeling ten grondslag mogen leggen.
7. Wat eiser heeft aangevoerd over zijn verklaringen over zijn woonomgeving, de vermelding van Mogadishu in het AVIM-gehoor en de beantwoording van zijn herkomstvragen, maakt het voorgaande niet anders. De omstandigheid dat eiser op onderdelen in staat is gebleken vragen over zijn gestelde herkomst te beantwoorden, heeft verweerder onvoldoende mogen achten om de gerezen twijfel over zijn gestelde herkomst weg te nemen. Met het inbrengen van het rapport van Verified heeft eiser dan ook niet aannemelijk kunnen maken dat verweerder de taalanalyse van TOELT niet aan het bestreden besluit ten grondslag heeft kunnen leggen.
8. Gelet op het voorgaande heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de door eiser gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig zijn. Verweerder was daarom ook niet gehouden de door eiser gestelde problemen met Al-Shabaab inhoudelijk te beoordelen. Eisers asielmotief heeft slechts betekenis tegen de achtergrond van de door eiser gestelde herkomst. [8]
9. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 2 april 2026 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger-beroepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hoger-beroepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 31, eerste lid jo artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Team Onderzoek en Expertise Land en Taal.
3.Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel.
4.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
5.Zie onder andere de uitspraak van de Afdeling van 22 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:197.
6.Volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 17 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2566, r.o. 4.1.
7.Volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 12 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:104.
8.Zie onder andere de uitspraak van de Afdeling van 6 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:292.