Eiser heeft op 14 mei 2024 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging nareis asiel. De minister heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, met een mogelijke verlenging van drie maanden, op deze aanvraag beslist. Eiser heeft de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank constateert dat de minister de beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep terecht is ingesteld. De minister heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor onduidelijk blijft wanneer een besluit wordt genomen. De rechtbank legt daarom een nadere beslistermijn van acht weken op, met de mogelijkheid tot een verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek wordt aangekondigd.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt. De minister wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en een deel van de proceskosten van eiser. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 30 maart 2026.