ECLI:NL:RBDHA:2026:8151
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid asielaanvragen wegens internationale bescherming in Roemenië
Eisers dienden op 2 april 2024 asielaanvragen in, die de minister op 22 december 2025 niet-ontvankelijk verklaarde omdat zij internationale bescherming genieten in Roemenië. Eisers betwistten dit en stelden dat hun band met Nederland sterker is, mede vanwege onderwijs voor hun kinderen.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij bij terugkeer naar Roemenië een reëel risico lopen op behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest. De moeilijke omstandigheden in Roemenië zijn onvoldoende om het vertrouwensbeginsel te doorbreken.
Eisers voerden aan dat zij onvoldoende toegang hadden tot onderwijs en werk in Roemenië en dat zij geklaagd hebben over de situatie, maar de rechtbank acht dit niet voldoende bewezen. Ook de vergelijking met Griekenland faalt wegens gebrek aan onderbouwing.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvragen. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvragen omdat eisers internationale bescherming genieten in Roemenië en geen reëel risico lopen op schending van fundamentele rechten.