ECLI:NL:RBDHA:2026:8365
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling eigenwoningforfait en strijd met gelijkheidsbeginsel en eigendomsrecht
Eiser betwist de toepassing van het verhoogde eigenwoningforfaitpercentage van 2,35% op het deel van de woningwaarde boven €1.090.000 voor het jaar 2020, stellende dat dit in strijd is met het gelijkheidsbeginsel (artikel 14 EVRM Pro) en het eigendomsrecht (artikel 1 EP Pro EVRM). Hij voert aan dat de wetgever zijn beoordelingsvrijheid heeft overschreden en dat het onderscheid tussen dure en andere woningen niet objectief gerechtvaardigd is.
De rechtbank stelt vast dat het eigenwoningforfait forfaitair het voordeel uit de eigen woning uitdrukt, bestaande uit woongenot en een beleggingsaspect. De wetgever heeft een redelijke grond om vanaf een bepaald waarderingsniveau een hoger percentage toe te passen, omdat het beleggingsaspect verhoudingsgewijs groter wordt. De motivering van de wetgever is niet evident onredelijk, ook niet gezien budgettaire overwegingen.
Verder is het feit dat eiser in zijn geval verlies heeft geleden op de woning irrelevant, mede omdat hij nog hypotheekrenteaftrek geniet. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat de aanslag rechtmatig is vastgesteld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het verhoogde eigenwoningforfaitpercentage is ongegrond verklaard en de aanslag is rechtmatig vastgesteld.