ECLI:NL:RBDHA:2026:8439
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf meerderjarige kinderen in nareisprocedure
Eisers, kinderen van een verblijfsvergunninghouder, vroegen een machtiging voor voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag voor de meerderjarige kinderen af, terwijl de minderjarige kinderen werden toegelaten.
De rechtbank oordeelt dat het beroep voor de minderjarige eisers niet-ontvankelijk is omdat zij reeds zijn toegekomen. Voor de meerderjarige eisers is het beroep gegrond omdat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand kwam en ondeugdelijk is gemotiveerd. De minister heeft ten onrechte niet alle relevante belangen betrokken in de belangenafweging, met name door het ontbreken van gezinsleven tussen de meerderjarige eisers en de referent mee te wegen in de belangenafweging tussen meerderjarige en minderjarige eisers.
De rechtbank stelt vast dat het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing is op de meerderjarige eisers, die niet langer feitelijk tot het gezin behoren en zelfstandigheid hebben getoond. Er zijn geen bijkomende elementen van afhankelijkheid aangetoond. De belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro moet opnieuw worden gemaakt met inachtneming van alle relevante belangen.
De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten I en III en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt zij de minister in de proceskosten van € 2.802,-.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk voor minderjarige eisers en gegrond voor meerderjarige eisers, met vernietiging van de afwijzing en opdracht tot nieuwe belangenafweging.