Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, waaronder achterstanden in de behandeling van asielaanvragen, en stelt een redelijke beslistermijn vast tot uiterlijk 16 juli 2026.
De rechtbank vernietigt het besluit van verweerder dat gelijkgesteld wordt aan het niet tijdig nemen van een besluit en legt een rechterlijke dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Tevens worden proceskosten aan eiser toegekend.
De rechtbank overweegt dat de verlenging van de beslistermijn door verweerder onvoldoende is gemotiveerd en dat de wettelijke beslistermijn van zes maanden geldt. De rechtbank wijst op de toepasselijkheid van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND en de relevante bepalingen uit de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht.
Verweerder wordt opgedragen binnen de gestelde termijn een besluit te nemen, waarbij de belangen van beide partijen worden afgewogen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.