ECLI:NL:RBDHA:2026:8567
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Syrische nationaliteit, verzet zich tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De minister baseert dit op de Dublinverordening, die bepaalt dat de lidstaat die verantwoordelijk is voor de asielaanvraag deze moet behandelen; in dit geval is dat Bulgarije. Nederland heeft een verzoek tot terugname aan Bulgarije gedaan, dat is geaccepteerd.
Eiser betoogt dat Bulgarije niet voldoet aan de voorwaarden van de Dublinverordening vanwege structurele tekortkomingen in het asiel- en opvangsysteem, onderbouwd met verwijzingen naar recente AIDA-rapporten en jurisprudentie. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat overdracht aan Bulgarije een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert.
Daarnaast stelt eiser persoonlijke omstandigheden aan de orde, waaronder medische problemen en onmenselijke behandeling in Bulgarije. De rechtbank stelt dat de minister deze omstandigheden heeft meegewogen en dat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die overdracht onevenredig hard maken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.