ECLI:NL:RBDHA:2025:15059
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over niet-behandeling asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Bulgarije
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, die niet in behandeling werd genomen omdat Bulgarije volgens verweerder verantwoordelijk zou zijn op grond van de Dublinverordening. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen dit besluit en stelde vast dat verweerder het besluit onvoldoende had gemotiveerd, met name over het interstatelijke vertrouwensbeginsel ten aanzien van Bulgarije.
Verweerder gebruikte een standaardvoornemen, wat niet onzorgvuldig werd bevonden omdat alle relevante overwegingen daarin waren opgenomen en eiser de mogelijkheid had om te reageren. Echter, verweerder faalde in het adequaat weerleggen van de door eiser aangevoerde ernstige tekortkomingen in de Bulgaarse opvangvoorzieningen, mede onderbouwd met een recent Duits onderzoeksrapport en het AIDA-rapport 2024.
De rechtbank stelde vast dat het Duitse rapport een serieuze informatiebron is en dat het AIDA-rapport 2024 uitgebreider en nieuwer is dan het eerder door de Afdeling beoordeelde rapport van 2023. Verweerder had niet deugdelijk gemotiveerd waarom het interstatelijke vertrouwensbeginsel nog steeds van toepassing is. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen acht weken, rekening houdend met de bevindingen.
Eiser kreeg een proceskostenvergoeding van €907 toegewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Kraefft en griffier M.J. Schelhaas op 11 augustus 2025.
Uitkomst: Het besluit om de asielaanvraag niet te behandelen wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen binnen acht weken.