ECLI:NL:RBDHA:2026:8811
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet-tijdig beslissen asielaanvraag Syrië
Eiser diende op 19 december 2023 een asielaanvraag in. De minister stelde dat de beslistermijn met negen maanden was verlengd op grond van een besluit van 27 januari 2023, maar de rechtbank oordeelde dat dit besluit buiten toepassing bleef. Hierdoor gold een beslistermijn van zes maanden, die pas begon te lopen na het verstrijken van een termijn van twee maanden waarin de minister een overnameverzoek had kunnen indienen op basis van de Dublinverordening.
De minister had geen overnameverzoek ingediend, waardoor Nederland verantwoordelijk werd geacht vanaf 20 februari 2024. Voor asielaanvragen uit Syrië gold vanaf 14 december 2024 tot 13 juni 2025 een moratorium, dat de beslistermijn verlengde met één jaar tot maximaal 21 maanden. De aanvraag van eiser viel onder dit moratorium, waardoor de minister uiterlijk op 20 augustus 2025 moest beslissen.
Eiser stelde de minister op 11 juli 2025 in gebreke, maar dit was te vroeg omdat de beslistermijn nog niet was verstreken. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroeg ingediende ingebrekestelling.