Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [V-nummer], eiseres
de minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.M.M.M.F. Roijen, griffier.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Polen had eerder een werkvisum aan eiseres verleend en heeft ingestemd met de overname van de asielaanvraag.
Eiseres stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast vanwege de zorgwekkende positie van LHBTIQ+-personen in Polen, onderbouwd met een rapport en eerdere jurisprudentie. Zij vreesde discriminatie en schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel wel van toepassing is, omdat eiseres onvoldoende concrete en structurele aanwijzingen heeft geleverd dat Polen zijn internationale verplichtingen niet nakomt. De situatie in Polen, hoewel zorgelijk, leidt niet tot een reëel risico op een schending van fundamentele rechten.
Daarom blijft het besluit van de minister in stand en wordt het beroep ongegrond verklaard. Eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter M.B.L. van der Weele op 13 april 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.