ECLI:NL:RBDHA:2026:892
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Hanssen - Telman
- R. Tesfai
- N. Meesters-van Luijk
- Rechtspraak.nl
Intrekking van verblijfsvergunning en inreisverbod van een Turkse eiser met tbs-maatregel
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 21 januari 2026, wordt de intrekking van de reguliere verblijfsvergunning van een Turkse eiser behandeld. De eiser, die in Nederland is geboren, heeft een zwaar inreisverbod van 10 jaar opgelegd gekregen en moet terugkeren naar Turkije. De rechtbank oordeelt dat de intrekking van de verblijfsvergunning, het terugkeerbesluit en het inreisverbod in stand kunnen blijven. De minister van Asiel en Migratie heeft de verblijfsvergunning ingetrokken op basis van de ernst van de misdrijven die de eiser heeft gepleegd, waaronder poging tot doodslag en andere geweldsdelicten. De rechtbank heeft het beroep van de eiser gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten, omdat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat repatriëring naar Turkije mogelijk is, ondanks de tbs-maatregel. De rechtbank concludeert dat er geen sprake is van een uitzichtloze situatie voor de eiser, omdat hij in Turkije toegang heeft tot medische zorg en ondersteuning. De rechtbank heeft ook de belangenafweging van de minister in het kader van artikel 8 van het EVRM beoordeeld en geconcludeerd dat de belangen van de Nederlandse samenleving zwaarder wegen dan de persoonlijke belangen van de eiser.