ECLI:NL:RBDHA:2026:892
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Hanssen - Telman
- R. Tesfai
- N. Meesters-van Luijk
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning en oplegging inreisverbod na ernstige strafrechtelijke veroordeling
Eiser, van Turkse nationaliteit en geboren in Nederland, kreeg zijn reguliere verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht vanaf 2016 vanwege een ernstige strafrechtelijke veroordeling en werd geconfronteerd met een terugkeerbesluit en een inreisverbod van tien jaar. Hij betwistte dit besluit en voerde onder meer aan dat de minister niet bevoegd was tot intrekking en dat de belangenafweging niet zorgvuldig was.
De rechtbank oordeelt dat de minister bevoegd was de vergunning in te trekken en dat het beroep op het Unierechtelijke openbare ordecriterium en Besluit 1/80 niet meer in geschil zijn. Wel constateert de rechtbank een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek omdat de minister onvoldoende heeft betrokken dat de intrekking de afronding van de tbs-behandeling in Nederland belemmert.
De rechtbank stelt vast dat de tbs-behandeling in Nederland niet succesvol kan worden afgerond zonder verlof, dat door het intrekkingsbesluit onmogelijk wordt gemaakt. Echter, repatriëring naar Turkije met beëindiging van de tbs-maatregel is een reële mogelijkheid, waardoor geen uitzichtloze situatie ontstaat.
De belangenafweging van de minister, waarbij het belang van de openbare orde zwaarder weegt dan het privé- en familieleven van eiser, wordt door de rechtbank als zorgvuldig en in overeenstemming met het EVRM beoordeeld. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Eiser krijgt een proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege de mogelijkheid van repatriëring.