Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9034

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
SGR 24/2482
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 7:12 AwbArt. 7:13 AwbArt. 1.1 ErfgoedwetArt. 3.16 Erfgoedwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanwijzing rooms-katholieke begraafplaats Naaldwijk als gemeentelijk monument

De zaak betreft het beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Westland om de rooms-katholieke begraafplaats in Naaldwijk niet aan te wijzen als gemeentelijk monument. Eisers hadden een aanvraag ingediend om de begraafplaats te beschermen vanwege de monumentale en funerair-historische waarde, maar het college wees deze aanvraag af. De rechtbank beoordeelt of het college in redelijkheid tot dit besluit heeft kunnen komen.

De rechtbank stelt vast dat de waarderingsmatrix van Dorp, Stad en Land (DSL) uit 2006 en de geactualiseerde waardering uit 2022 een objectieve en bruikbare systematiek vormen voor het bepalen van monumentwaardigheid. De begraafplaats scoorde in 2006 net boven de grenswaarde, maar in 2022 net onder, mede door de afbraak van de pastorie en de verminderde ensemblewaarde. Het college heeft het advies van DSL en een contra-expertise gevolgd, terwijl het advies van de monumentencommissie en het rapport van een funeraire deskundige minder zwaar heeft meegewogen.

De rechtbank oordeelt dat het college voldoende zorgvuldig en gemotiveerd heeft gehandeld en dat de beoordelingsruimte van het college niet is overschreden. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en de rechtbank komt niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de beleidsruimte bij de aanwijzing of de belangenafweging. Ook het betoog dat het besluit in strijd is met het Verdrag van Faro faalt, omdat dit verdrag geen dwingende regels bevat.

De uitspraak bevestigt dat het college binnen zijn beleidsvrijheid heeft gehandeld en dat de begraafplaats niet als gemeentelijk monument hoeft te worden aangewezen. Eisers krijgen het griffierecht niet terug. De uitspraak is gedaan door rechter A.J. van der Ven op 15 april 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de begraafplaats niet als gemeentelijk monument aan te wijzen wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/2482

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 april 2026 in de zaak tussen

Erfgoedvereniging Bond Heemschut, gevestigd te Amsterdam,
Vereniging Genootschap Oud-Westland, gevestigd te Honselersdijk,
Stichting tot behoud van het negentiende en twintigste-eeuwse cultuurgoed in Nederland en tot ondersteuning van het Cuypersgenootschap(hierna: het Cuypersgenootschap), gevestigd te Zoetermeer,
Terebinth, Stichting voor funerair erfgoed, gevestigd te Soest,
samen te noemen: eisers,
(gemachtigde: [gemachtigde])
en

het college van burgemeester en wethouders van Westland,

(gemachtigde: mr. D. McLean).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
het bestuur van de parochie Sint Adrianus, uit Naaldwijk (het parochiebestuur)
(gemachtigde: mr. B.J.P.M. Zwinkels).

Samenvatting

1. Centraal in deze uitspraak staat de rooms-katholieke begraafplaats in Naaldwijk aan de [straatnaam] nabij [huisnummer], waarvan het parochiebestuur eigenaar is.
1.1.
In reactie op het voornemen van het parochiebestuur om de graven te ruimen en de voortuin van de begraafplaats opnieuw in te richten, hebben eisers bij het college een aanvraag ingediend om de begraafplaats aan te wijzen als gemeentelijk monument. Zij hebben daarmee willen bereiken dat de begraafplaats behouden blijft, omdat zij deze als funerair erfgoed voor Naaldwijk van monumentale waarde achten. Het college heeft hun aanvraag echter afgewezen.
1.2.
De bezwaren van eisers tegen de afwijzing van hun aanvraag zijn door het college ongegrond verklaard. Het college is niet teruggekomen op zijn eerdere besluit.
1.3.
Aan de hand van wat eisers in het beroep tegen de besluiten op hun bezwaren hebben aangevoerd, beoordeelt de rechtbank of het college in redelijkheid heeft kunnen besluiten om de begraafplaats niet aan te wijzen als gemeentelijk monument.
1.4.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van eisers ongegrond is. Dat betekent dat het college heeft mogen besluiten om de begraafplaats niet aan te wijzen als gemeentelijk monument. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Leeswijzer

2. Onder 3 tot en met 7 van deze uitspraak staat een inleiding, waarin wordt toegelicht wat voorafging aan de beroepsprocedure. Onder 8 staat het procesverloop in de beroepsprocedure. De beoordeling van de rechtbank volgt vanaf 9. Onder 14 staan de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan. De relevante wet- en regelgeving is als bijlage bij deze uitspraak gevoegd.

Inleiding

Inventarisatie waardevol gebouwd erfgoed door Dorp, Stad en Land
3. In 2006 heeft Dorp, Stad en Land (DSL) in opdracht van de gemeente Westland een inventarisatie en selectie van waardevol gebouwd erfgoed in de gemeente Westland uitgevoerd. Daarbij is door DSL gebruik gemaakt van een zogenaamde waarderingsmatrix.
3.1.
De waarderingsmatrix is gebaseerd op een algemeen aanvaarde waarderingssystematiek waarbij is uitgegaan van vier hoofdcategorieën met bijbehorende subcategorieën:
1. cultuurhistorische aspecten:
1a. Objectgeschiedenis en lokaal belang: de mate waarin de stichter en/of het gebruik van het object van historisch belang is en de mate waarin het sociale en lokale aspect een rol speelt.
2. architectonische aspecten:
2a. Bouwstijl: de mate waarin de architectonische stijl van een object herleidbaar is tot of een goed voorbeeld is van lokaal of regionaal bekende architectuur.
2b. Uniciteit: de mate waarin het object zeldzaam is, per regio gemeten.
2c. Verminking: de mate waarin de authenticiteit is verminkt, of de monumentale waarde is aangetast.
Het betreft hier aantastingen door niet-harmonieuze wijzigingen of vernieuwingen van de onder 2a vermelde architectuur.
3. situering / ensemblewaarde:
3a. Ligging: de mate van waardering van de stedenbouwkundige of landschappelijke situatie, alsmede van de rol die het betreffende object daarin vervult.
3b. Verstoring ensemble: de mate waarin de directe omgeving van het monument negatief inwerkt op de waarde van het ensemble.
4. technische staat:
4a. Kwaliteit: de mate waarin een pand in goede technische staat is, en wanneer dat niet het geval is, of gebreken goed herstelbaar zijn.
4b. Kostenaspect: het kostenaspect is in deze categorie meegewogen. Dit aspect
is zuiver bouwtechnisch van aard, en is niet gericht op het herstel van eventuele verminkingen.
Na het toepassen van de waarderingsmatrix heeft DSL nog een typologische analyse uitgevoerd, waarbij is gekeken naar de aspecten geografische spreiding, gebouwtypen (o.a. begraafplaatsen), bouwstijlen en ouderdom.
3.2.
De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het rapport ‘Inventarisatie Historisch Waardevolle Objecten van de gemeente Westland’ van maart 2007 (DSL-rapport 2007). De grenswaarde om te bepalen of een object in aanmerking komt voor aanwijzing als gemeentelijk monument, is vastgesteld op 14 punten.
3.3.
De rooms-katholieke begraafplaats aan de [straatnaam] in Naaldwijk (hierna: de begraafplaats) is opgenomen in bijlage III, rij 132. De puntentoekenning daarin is als volgt: 1a (3), 2a (0), 2b (2), 2c (0), 3a (2), 3b (0), 4a (3), 4b (0). De totaalscore met weegfactor is voor de begraafplaats vastgesteld op 15 punten, één punt hoger dan de voor de gemeente Westland door DSL vastgestelde grenswaarde van 14 punten. De begraafplaats is na het uitbrengen van dit rapport evenwel niet aangewezen als gemeentelijk monument.
3.4.
Op pagina 206 van deel I van het DSL-rapport 2007 wordt de begraafplaats omschreven als:
“Begraafplaats op een kunstmatig verhoogd perceel op een rechthoekige grondslag. Vanaf de [straatnaam] eerst een voorterrein met breed pad dat zich opsplitst en verder in een lus rond een veld met gazon en enkele bomen loopt. De bomen vormen de coulisse voor een centraal geplaatst beeld met piëta (Maria met gestorven Christus op schoot) op brede sokkel. Vanaf de lus loopt een smaller, bestraat pad naar de hoger gelegen begraafplaats. In het verlengde van de ingang liggen enkele grote kelderzerken, verder veel staande grafmonumenten uit de 20ste eeuw. Begraafplaats bevat tevens een Nederlands oorlogsgraf.”Naast het kopje ‘Bijzonderheden’ staat vermeld:
“Waarschijnlijk oudste rooms-katholieke begraafplaats in Naaldwijk (19de eeuw) in samenhang met nabijgelegen complex van pastorie en schuilkerk ([adres]).”Naast het kopje ‘Motivatie’ staat vermeld:
“Rooms-katholieke begraafplaats van grote sociaal- en funerair historische waarde voor Naaldwijk.”
Aanvraag tot aanwijzing als gemeentelijk monument
De aanvraag en de aanvulling daarop
4. Op 8 september 2020 hebben eisers bij het college een aanvraag ingediend om de begraafplaats aan te wijzen als gemeentelijk monument. Het college heeft eisers in de gelegenheid gesteld hun aanvraag te onderbouwen met een objectieve waardestelling van de begraafplaats als geheel en de afzonderlijke graven, op te stellen door een funerair erfgoeddeskundige.
Rapport [naam 1]
4.1.
In reactie op de hiervoor bedoelde vraag van het college hebben eisers bij brief van 19 februari 2021 een rapport overgelegd van [naam 1] van Bureau Funeraire Adviezen. Het rapport dateert van februari 2021. [naam 1] concludeert onder meer: “
De funeraire waarden van de begraafplaats in Naaldwijk zijn met name van lokale waarde. De belevingswaarde van de locatie is niet te vatten in een cultuurhistorische waardering, maar speelt hier wel een rol. Begraafplaats, muur en andere onderdelen worden niet zozeer voorgesteld als monument vanwege de intrinsieke waarde in de zin dat de onderdelen oud en waardevol zijn, maar eerder als verwijzing naar de betekenis van de locatie voor Naaldwijk en de impact die deze maakt in het dorpsbeeld. De toevoeging van twee specifieke grafvakken is gedaan omdat het beeld wat daar tot stand is gekomen, typerend is voor de wijze waarop de begraafplaats gebruikt is. Het beeld is niet uniek, maar kijkend naar de voortgaande ontwikkelingen op de andere begraafplaatsen in de gemeente, valt hier wel een waarde aan te koppelen.
Toekomstvisie R.K. Begraafplaats [straatnaam]
4.2.
Op 25 februari 2021 heeft de werkgroep Behoud R.K. Begraafplaats [straatnaam] een rapport uitgebracht met de titel “Toekomstvisie R.K. Begraafplaats [straatnaam]” met als ondertitel “Een gemeenschap die zijn verleden vergeet, heeft geen toekomst.” (de toekomstvisie). De werkgroep presenteert hierin een alternatief voor de plannen van het parochiebestuur, ter behoud van de begraafplaats, die zij aanduidt als één van de laatste postzegels groen in het volgebouwde centrum van Naaldwijk. De werkgroep stelt onder meer voor om een stichting op te richten, die de beheerstaken van het parochiebestuur overneemt. Vrijwilligers zijn bereid om de begraafplaats op te knappen, te restaureren en onderhouden. Onderdeel van de toekomstvisie is een voorlopige begroting en een plan van aanpak.
Contra-expertise adviesbureau R.I.E.T. en Cemefus Begraafplaatstechniek
4.3.
Op het rapport van [naam 1] en de toekomstvisie heeft het parochiebestuur gereageerd met een contra-expertise van Adviesburo R.I.E.T. in samenwerking met Cemefus Begraafplaatstechniek van 12 april 2021 (de contra-expertise). In de contra-expertise wordt opgemerkt dat het ensemble van kerkhof, kerk, pastorie/harmonie en school al jaren niet meer bestaat, waardoor de waardering in het rapport van [naam 1] en de toekomstvisie te hoog wordt ingeschat. Het voorhof met de monumentale Piëta blijft behouden en zal worden gerestaureerd. Het genealogisch archief blijft bestaan in geschrift, de grafstenen en de begraafplaats hoeven daar geen onderdeel van uit te maken. De lokale belevingswaarde van de begraafplaats, waar [naam 1] op wijst, is volgens de contra-expertise geen criterium voor een (objectieve) cultuurhistorische waardering van een object. Het rapport van [naam 1] en de toekomstvisie missen een cultuurhistorische waardenstelling met puntenscore aan de hand van vooraf opgestelde waarderingscriteria, aldus de contra-expertise.
Advies monumentencommissie
4.4.
De adviescommissie cultuurhistorisch erfgoed Westland van de monumentencommissie van de gemeente Westland (de monumentencommissie) heeft het college op 22 april 2021 als volgt geadviseerd:
“In haar vergadering van 22 april 2021 heeft de monumentencommissie een positief advies uitgebracht met betrekking tot de aanwijzing tot gemeentelijk monument. De commissie heeft kennisgenomen van alle benodigde documenten, waaronder de redengevende omschrijving van Dorp, Stad en Land uit 2007, het rapport van [naam 1], en het contra-rapport van R.I.E.T.. De commissie onderschrijft de motivatie van Dorp, Stad en Land: “Rooms-katholieke begraafplaats van grote sociaal- en funerair historische waarde voor Naaldwijk.”
Reactie parochiebestuur
4.5.
In reactie op het advies van de monumentencommissie heeft het parochiebestuur in een brief van 27 mei 2021 aangevoerd het advies niet te onderschrijven, omdat dit advies is gebaseerd op het DSL-rapport uit 2007 en geen gehoor is gegeven aan het verzoek om een nieuwe objectieve waardering te laten verrichten. Sinds 2007 zijn meerdere monumentwaardige items verwijderd, verplaatst of verloren gegaan, waardoor de begraafplaats waarde heeft verloren. Ook heeft de monumentencommissie ten onrechte niet meegewogen dat het Westland al twee begraafplaatsen heeft met een gemeentelijke monumentenstatus.
Het primaire besluit
5. Met het primaire besluit van 16 september 2021 heeft het college de aanvraag afgewezen. Daartoe overweegt het college onder meer dat zij afwijkt van het advies van de monumentencommissie, omdat dat advies is gebaseerd op het rapport van [naam 1], waarin een scorematrix zoals in het DSL-rapport van 2007 ontbreekt en de nadruk ligt op de ligging en de betekenis voor Naaldwijk en niet zozeer in de intrinsieke waarden van de aanwezige elementen. De belevingswaarde is echter niet te vatten in een cultuurhistorische waarde. In het Westland zijn al twee katholieke begraafplaatsen beschermd, in totaal zijn er zeven funeraire monumenten. Het parochiebestuur is bovendien tegen toekenning van de monumentale status en is al in het bezit van een vergunning tot ontgraving. Het toekennen van een monumentale status aan de gesloten begraafplaats die niet onderhouden wordt, acht het college niet in het belang van de gemeente. Met het alternatieve herinrichtingsplan worden waardevolle elementen van de begraafplaats behouden, aldus het college.
De bezwaarfase
Behandeling bezwaren
6. Eisers hebben ieder afzonderlijk bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.
6.1.
De commissie bezwaarschriften Westland heeft het college op 9 maart 2022 geadviseerd de bezwaren gegrond te verklaren en het primaire besluit te herroepen, omdat dit besluit niet deugdelijk is gemotiveerd. Volgens de commissie ontbreken een duidelijke belangenafweging en een door een gespecialiseerd bureau opgestelde waardering die weergeeft of de begraafplaats momenteel monumentwaardig is.
Actualisatie waardestelling begraafplaats DSL in 2022
6.2.
Op verzoek van de gemeente Westland heeft DSL de waardering van de begraafplaats geactualiseerd. DSL is opgedragen de begraafplaats met dezelfde criteria als in 2006 opnieuw te beoordelen. Het rapport van dit onderzoek van 15 juni 2022 (DSL-rapport 2022) vermeldt dat sinds 2006 een aantal herbegravingen heeft plaatsgehad, de oorlogsgraven zijn geruimd, de steen daarvan is verplaatst, de pastorie is afgebroken en de staat van onderhoud achteruit is gegaan. Onder hoofdcategorie 3 (situering / ensemblewaarde) zijn minder punten toegekend dan in 2006:
“3a. Ligging, stedenbouwkundige of landschappelijke situatie alsmede de rol die het object daarin vervult. Bij bijzonderheden was in de beschrijving vermeld: in samenhang met nabijgelegen complex van pastorie en schuilkerk. In 2009 is de pastorie afgebroken. Daardoor kan de ligging in waarde dalen van 2 punten naar 1 punt (-1).
3b. Verstoring van ensemble: de mate waarin de directe omgeving van het monument negatief inwerkt op de waarde van het ensemble. Door het afbreken van de pastorie is het ensemble verstoord. Voor verminking kan 1 punt genoteerd worden, waarop de weegfactor van -1 zit. De verstoring resulteert in een strafpunt (-1).Er was in 2006 in feite al sprake van verstoring van het ensemble als mee wordt gewogen dat de kerk en de school toen al waren afgebroken.”
6.3.
Daarmee komt de score in 2022 op 13 punten, net onder de grenswaarde van 14 punten: “
De voorlopige conclusie uit dit korte onderzoek is dat de begraafplaats een eindscore van 13 punten heeft. Bij het volgen van de methodiek uit 2006 komt de begraafplaats niet meer in de selectie van gemeentelijke monumenten. Dat betekent niet dat de begraafplaats geen cultuurhistorische waarden meer bezit. Immers op vele aspecten scoort het object hoog. De begraafplaats is te beschouwen als een mogelijke, maar niet noodzakelijke, toevoeging op de gemeentelijke monumentenlijst.”
6.4.
Daarnaast heeft DSL onder het kopje “ongevraagd advies” vermeld: “
Omdat bij de vraagstelling wel iets over de aanleiding bekend is gemaakt, te weten de plannen van de kerk om de begraafplaats aan te passen en meer in te richten als een park, geven we graag mee om zorgvuldig om te gaan met deze groene oase en vooral ook de verhoogde ligging en de gemetselde tuinmuur in de toekomst te behouden, te herstellen of te versterken.”
Reactie monumentencommissie
6.5.
In reactie op het DSL-rapport 2022 heeft de monumentencommissie bij brief van 26 augustus 2022 verklaard van mening te zijn dat er ondanks het puntentekort voldoende waarde voor behoud en bescherming resteert. De monumentencommissie ziet dan ook geen reden het eerder gegeven advies aan te passen. De monumentencommissie citeert vervolgens het eerdere advies en adviseert daarna de begraafplaats op te nemen in het gemeentelijk monumentenregister vanwege de cultuurhistorische, funerair-historische en stedenbouwkundige waarde zoals beschreven in paragraaf 2.1.5 van het rapport van [naam 1]. Daarnaast onderschrijft de monumentencommissie het ongevraagde advies van DSL. De monumentencommissie adviseert daarom het college de nieuwbouwplannen op de locatie van de voormalige pastorie te herzien en een integrale visie te ontwikkelen voor dit gebied.
Reactie parochiebestuur
6.6.
Bij brief van 23 september 2022 heeft het parochiebestuur gereageerd op het DSL-rapport 2022 en de reactie daarop van de monumentencommissie. Bij de beoordeling door DSL is volgens het parochiebestuur ten onrechte niet meegenomen dat naast de begraafplaats een appartementengebouw van vijf verdiepingen hoog zal worden opgericht. Daarnaast zouden de kosten die moeten worden gemaakt voor restauratie en onderhoud van de muur moeten leiden tot een aftrek van drie punten, waardoor nog slechts tien punten resteren. De monumentencommissie ziet het belang van de begraafplaats als restant van het oorspronkelijke complex van kerk, pastorie en kerkhof, maar van dit complex is vrijwel niets meer over. Omdat het benodigde aantal punten niet wordt behaald, komt de begraafplaats niet in aanmerking voor aanwijzing als monument. De voorstellen voor het behoud van de begraafplaats zijn bovendien niet gebaseerd op de door de gemeente vastgestelde puntentelling.
Reactie eisers
6.7.
Eisers hebben bij brief van 29 september 2022 bezwaar gemaakt tegen de aftrek van twee punten in het DSL-rapport 2022. Bij brief van 4 november 2022 hebben zij de reactie van het parochiebestuur betwist, waaronder de gestelde kosten voor reparatie en onderhoud van de muur. Zij onderschrijven het advies van de monumentencommissie.
De besluiten op bezwaar
7. In de besluiten op bezwaar van 5 februari 2024 (bestreden besluiten) heeft het college, in afwijking van het advies van de commissie bezwaarschriften van 9 maart 2022, het primaire besluit gehandhaafd, onder aanvulling van de motivering daarvan, die telkens als bijlage 2 bij de bestreden besluiten is gevoegd. In die aanvullende motivering is - onder meer - het volgende overwogen:

Wij kunnen ons niet verenigen met het advies van de monumentencommissie, omdat de methodiek die door DSL wordt gehanteerd een objectieve waardestelling van de monumentwaardigheid oplevert aan de hand van een scorematrix. Het nadere advies van de monumentencommissie is dan ook innerlijk tegenstrijdig omdat het enerzijds erkent dat de RK begraafplaats qua waardestelling niet (meer) voldoet aan het minimaal aantal punten voor een aanwijzing, maar anderzijds meent dat het nog wel monumentwaardig zou zijn, doch is zulks niet gestaafd aan de hand van de eigen methodiek. Deze methode wordt sinds 2006/2007 toegepast binnen gemeente Westland voor het beoordelen van objecten en wij zien geen aankopingspunten om in dit specifieke geval hiervan af te wijken. (…)
Op basis van dit objectieve onderzoek[DSL-rapport 2022]
is door middel van een waardestelling en een scorematrix gebleken dat de RK begraafplaats niet in aanmerking komt voor de gemeentelijke monumentenlijst. Voorts blijkt uit het rapport van [naam 1] dat de nadruk vooral ligt op de lokale belevingswaarde. Dit is geen criterium voor een objectieve cultuurhistorische waardering. Nu er op grond van het nieuwe onderzoek van DSL geen noodzaak bestaat om de RK begraafplaats als gemeentelijk monument aan te wijzen hechten wij er groot belang aan dat de afspraken die in de jaren 70 en 80 zijn gemaakt tussen het parochiebestuur en de voormalige gemeente Naaldwijk in stand blijven. Tevens dient in ogenschouw te worden genomen dat de omgevingsvergunning voor het verrichten van grondroerende werkzaamheden op de RK begraafplaats op 23 augustus 2023 onherroepelijk is geworden door de uitspraak van de Raad van State.

Procesverloop in de beroepsfase

8. Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.
8.1.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
8.2.
Het parochiebestuur heeft schriftelijk op het beroep gereageerd en heeft een aanvullend stuk ingediend.
8.3.
Ook eisers hebben aanvullende stukken ingediend, waaronder een contrarapport van [naam 1] van 4 augustus 2024 in reactie op het DSL-rapport van 15 juni 2022.
8.4.
De rechtbank heeft het beroep op 14 januari 2026 op zitting behandeld.
Namens eisers hebben hieraan deelgenomen: [naam 2], [naam 1], [naam 3], [naam 4] en [naam 5]. Het college en het parochiebestuur werden vertegenwoordigd door hun gemachtigden.

Beoordeling door de rechtbank

Overgangsrecht
9. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de onderliggende regelingen in werking getreden. Uit artikel 22.4 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.8, onderdeel B, van de Invoeringswet Omgevingswet [1] en artikel 1, eerste lid, van het Besluit tot vaststelling van (…) het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 2.8, onderdeel B, van de Invoeringswet Omgevingswet [2] volgt dat een gemeentelijke erfgoedverordening van kracht blijft tot 1 januari 2032. Dat betekent dat de rechtbank het besluit beoordeelt aan de hand van de bepalingen van de Erfgoedverordening Westland 2017 (de Erfgoedverordening).
Toetsingskader
10. De voor de beoordeling van deze beroepen relevante wet- en regelgeving is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak. De bijlage is onderdeel van deze uitspraak.
10.1.
Voor de beoordeling van dit beroep is ook relevant de vaste rechtspraak in zaken over de aanwijzing van een gemeentelijk monument. Die vaste rechtspraak houdt – voor zover hier van belang - het volgende in.
10.2.
Het college heeft beoordelingsruimte bij het bepalen van de monumentale waarde van een onroerende zaak. Bij het beantwoorden van de vraag of een als monumentwaardig beoordeelde onroerende zaak als beschermd gemeentelijk monument moet worden aangewezen, heeft het college beleidsruimte. De bestuursrechter toetst niet of hij in het concrete geval tot hetzelfde besluit zou zijn gekomen, maar of het bestuursorgaan in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. [3]
10.3.
Als in het kader van de bij de aanwijzing - dan wel de heroverweging daarvan - te verrichten belangenafweging door de eigenaar van het monument concreet wordt gesteld dat de monumentenstatus negatieve gevolgen heeft voor bijvoorbeeld herontwikkeling of verkoop en dit genoegzaam wordt gemotiveerd, dan zijn deze aspecten al bij de aanwijzing van belang. Deze dienen in dat geval niet pas bij de aanvraag om een omgevingsvergunning tot wijziging dan wel sloop van het aangewezen monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wabo aan de orde te komen. Het ligt dan op de weg van het college om op deze belangen in te gaan en aannemelijk te maken dat er alternatieve mogelijkheden zijn voor een zinvol hergebruik van het monument waardoor het met de aanwijzing te dienen belang van het behoud van het monument prevaleert boven het belang van de eigenaar om de aanwijzing achterwege te laten. [4]
10.4.
Tot slot volgt uit vaste rechtspraak dat, hoewel het college niet aan een deskundigenadvies is gebonden, het aan dit advies in beginsel doorslaggevende betekenis mag toekennen. Het volgen van dat advies behoeft in de regel geen nadere toelichting, tenzij een belanghebbende een advies overlegt van een andere deskundig te achten persoon of instantie. Dit is anders indien het advies naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont, dat het college dit niet, of niet zonder meer, aan de (afwijzing van een aanvraag tot) aanwijzing als gemeentelijk monument ten grondslag had mogen leggen. [5]
Heeft het college in redelijkheid kunnen besluiten om de begraafplaats niet aan te wijzen als gemeentelijk monument?
11. Het is de rechtbank duidelijk dat eisers er veel aan gelegen is om de begraafplaats in de huidige vorm te behouden, aangezien zij die als een wezenlijk onderdeel van (de rooms-katholieke identiteit van) Naaldwijk beschouwen. De grote betrokkenheid van eisers blijkt uit hetgeen zij op schrift hebben gesteld en de bevlogenheid waarmee zij op de zitting hun zaak hebben bepleit. De zaak is dus emotioneel beladen. Het toetsingskader waarbinnen de rechtbank de zaak dient te beoordelen, is evenwel beperkt. Het college heeft beoordelingsruimte bij het bepalen van de monumentale waarde van de begraafplaats. De rechtbank geeft daarom zelf geen oordeel over de monumentwaardigheid van de begraafplaats, maar beoordeelt of het college in redelijkheid heeft kunnen besluiten om de aanvraag tot aanwijzing van de begraafplaats als gemeentelijk monument af te wijzen. Daartoe beoordeelt de rechtbank of de bestreden besluiten voldoende zorgvuldig zijn voorbereid en deugdelijk zijn gemotiveerd.
11.1.
De rechtbank stelt voorop dat de waarderingsmatrix die door de DSL in 2006 is toegepast, een geobjectiveerde waarderingssystematiek is en als zodanig een bruikbaar middel bij het beoordelen van de monumentwaardigheid van objecten. De hoogste bestuursrechter in zaken als deze, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, heeft immers al eerder geoordeeld dat gezien de opbouw van het puntenstelsel en de daarbij behorende categorieën van de waarderingsmatrix – zoals hiervoor onder 3.1 weergegeven – op voldoende inzichtelijke en controleerbare wijze blijkt hoe DSL tot een waardestelling komt. [6] De rechtbank betrekt daarbij dat de inhoud van het DSL-rapport uit 2007 en de wijze van totstandkoming daarvan door geen van de partijen wordt betwist. Dat het college DSL in de bezwaarfase heeft benaderd met het verzoek om de waardestelling van de begraafplaats te actualiseren met toepassing van de al eerder gebruikte waarderingssystematiek, is naar het oordeel van de rechtbank dan ook een navolgbare keuze.
11.2.
De beoordeling die DSL in 2006 met toepassing van die waarderingssystematiek heeft verricht, heeft geleid tot een puntenscore van 15 voor de begraafplaats, één punt boven de ondergrens van 14 punten om in aanmerking te komen voor aanwijzing als gemeentelijk monument. Tot aanwijzing van de begraafplaats als gemeentelijk monument is het college in 2007 echter niet overgegaan. De geactualiseerde waardestelling van de begraafplaats door DSL in 2022 heeft geleid tot een puntenscore van 13, één punt onder de ondergrens. De begraafplaats is volgens DSL te beschouwen als een mogelijke, maar niet noodzakelijke toevoeging aan de gemeentelijke monumentenlijst. Het verlies van twee punten onder de hoofdcategorie ‘3. situering / ensemblewaarde’ is te herleiden tot de afbraak van de pastorie in 2009. Die gebeurtenis heeft geleid tot aftrek van een punt in ieder van de subcategorieën ‘3a. ligging’ en ‘3b. verstoring van ensemble’.
11.3.
De DSL-rapporten uit 2007 en 2022 kunnen als deskundigenadviezen worden aangemerkt. [7] Dat betekent dat het college daar in beginsel doorslaggevende betekenis aan mag toekennen, wat in de regel geen nadere toelichting behoeft. Ter zitting heeft het college toegelicht dat de advisering van DSL op basis van de score van de waarderingsmatrix niet allesbepalend is geweest. De beoordeling van de monumentwaardigheid van de begraafplaats is niet alleen gebaseerd op de geactualiseerde waardestelling uit 2022. Ook de andere in dit kader naar voren gebrachte adviezen en opgestelde rapporten heeft het college daarbij betrokken. In de bestreden besluiten is naar het oordeel van de rechtbank toereikend gemotiveerd waarom het college de geactualiseerde waardestelling van DSL en de contra-expertise wél volgt maar het advies van de monumentencommissie en het rapport van [naam 1] niet. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.
11.3.1.
De monumentencommissie stelt zich in het nadere advies van 26 augustus 2022 op het standpunt dat de begraafplaats ondanks de score van 13 punten voldoende monumentale waarde behoudt, maar motiveert dit standpunt niet. In het nadere advies worden slechts het eerdere advies herhaald, paragraaf 2.1.5 van het rapport van [naam 1] geciteerd en het ongevraagd door DSL gegeven advies onderschreven. Een eigenstandige beoordeling van de monumentwaardigheid van de begraafplaats door de monumentencommissie, naar de in bezwaar actuele stand van zaken, blijkt hieruit echter niet.
11.3.2.
Het rapport van [naam 1], door hem in deze beroepsprocedure bekrachtigd in zijn brief van 4 augustus 2024, is niet gebaseerd op een geobjectiveerde waardestelling, zoals de rapporten van DSL. De rechtbank overweegt verder dat in de contra-expertise overtuigende kanttekeningen bij de waardering van [naam 1] zijn geplaatst, zoals dat het ensemble van kerkhof, kerk, pastorie en school al jaren niet meer bestaat, dat het voorhof met de monumentale piëta behouden blijft in de plannen van het parochiebestuur en dat het genealogisch archief blijft bestaan in geschrift. Wat in de contra-expertise is opgemerkt over het ensemble vindt steun in het DSL-rapport 2022, waarin immers ook staat dat de ensemblewaarde door de afbraak van de voormalige pastorie in 2009 is verminderd en dat in 2006 in feite al sprake was van een verstoring van het ensemble, omdat de kerk en de school toen al afgebroken waren.
11.3.3.
De stelling van [naam 1] in zijn brief van 4 augustus 2024 dat een herwaardering alleen kan worden gedaan wanneer het te beschermen object zelf door bijvoorbeeld brand, ernstige verwaarlozing, instorting of afgraving als verloren moet worden beschouwd, vindt geen steun in wet- of regelgeving. De actualisatie van de waardestelling is in opdracht van het college uitgevoerd, omdat in bezwaar een volledige heroverweging dient plaats te vinden en het college gehouden is daartoe de nodige kennis omtrent de relevante, actuele feiten en de af te wegen belangen te vergaren. [8]
11.3.4.
De omstandigheid dat het DSL-rapport 2022 berust op een beperkte analyse en heeft geleid tot een voorlopige conclusie, zoals eisers op zichzelf genomen terecht aanvoeren, brengt naar het oordeel van de rechtbank niet mee dat het college daaraan geen waarde heeft mogen toekennen. Er is immers geen definitieve conclusie van DSL gevolgd die andersluidend is. Ook is er geen aanleiding om te veronderstellen dat als de analyse uitvoeriger zou zijn geweest, een hogere puntenscore zou zijn toegekend. Dat de afbraak van de pastorie in de waarderingssystematiek van DSL gelijktijdig in twee subcategorieën tot aftrek van een punt heeft geleid terwijl het om één feitelijke gebeurtenis gaat, maakt de puntenaftrek naar het oordeel van de rechtbank niet onjuist. De afbraak van de pastorie heeft immers effect op zowel de situering als de ensemblewaarde.
11.4.
Gelet op het voorgaande heeft het college naar het oordeel van de rechtbank bij het bepalen van de monumentale waarde van begraafplaats meer waarde mogen toekennen aan het geactualiseerde advies van DSL en de contra-expertise dan aan het advies van de monumentencommissie en het rapport van [naam 1]. Het college heeft zich daarom in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de begraafplaats niet voldoende monumentwaardig is om als gemeentelijk monument aan te wijzen.
11.5.
Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
12. Nu het college de begraafplaats niet als monumentwaardig heeft hoeven aanmerken, komt de rechtbank niet toe aan een beoordeling van de beroepsgronden die zien op de wijze waarop het college invulling heeft gegeven aan zijn beleidsruimte bij de aanwijzing van een als monumentwaardig beoordeelde onroerende zaak en de in dat kader verrichte belangenafweging.
Zijn de bestreden besluiten in strijd met het Verdrag van Faro?
13. Eisers betogen dat de afwijzing van de aanvraag in strijd is met het Verdrag van Faro.
13.1.
Het Kaderverdrag van de Raad van Europa inzake de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving (Verdrag van Faro) bevat geen dwingende regels. [9] Reeds daarom kunnen eisers aan dit verdrag geen rechten ontlenen.
13.2.
Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

14. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. van der Ven, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Gerde, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 3:2
Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen.
Artikel 7:12
1. De beslissing op het bezwaar dient te berusten op een deugdelijke motivering, die bij de bekendmaking van de beslissing wordt vermeld. Daarbij wordt, indien ingevolge artikel 7:3 van Pro het horen is afgezien, tevens aangegeven op welke grond dat is geschied.
Artikel 7:13
6 Indien de beslissing op het bezwaar afwijkt van het advies van de commissie, wordt in de beslissing de reden voor die afwijking vermeld en wordt het advies met de beslissing meegezonden.
Erfgoedwet
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
cultureel erfgoed:uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden;
monument: onroerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed;
Artikel 3.16. Gemeentelijk erfgoed
1. De gemeenteraad kan een erfgoedverordening vaststellen.
Erfgoedverordening Westland 2017

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder:
-
gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister;
§ 3. Aanwijzing gemeentelijk monument

Artikel 5. Aanwijzing als gemeentelijk monument

1. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een monument of archeologisch monument dat van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde aan te wijzen als gemeentelijk monument.

Artikel 6. Voornemen tot aanwijzing

2. Voordat een kerkelijk monument wordt aangewezen, voeren burgemeester en wethouders overleg over het voornemen met de eigenaar.

Artikel 8. Advies gemeentelijke adviescommissie

1. Burgemeester en wethouders vragen over het voornemen om toepassing te geven aan artikel 5 advies Pro aan een gemeentelijke adviescommissie waarbinnen enkele leden deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg. Van de adviescommissie maken geen deel uit leden van het gemeentebestuur.

Voetnoten

1.Staatsblad 2020, 172.
2.Staatsblad 2023, 267.
3.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) 25 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1358, r.o. 5.1.
4.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 8 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2643, r.o. 4.3.
5.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1150, r.o. 5.1.
6.Zie de uitspraak van de Afdeling van 27 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1658, r.o. 3.5.
7.Zie de uitspraak van de Afdeling van 27 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1658, r.o. 3.4.
8.Op grond van de artikelen 3:2 en 7:11, eerste lid, van de Awb.
9.Zie de uitspraak van de Afdeling van 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3076, r.o. 16.1.