ECLI:NL:RVS:2018:1358
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing pand als gemeentelijk monument ondanks bezwaar eigenaar
Het college van burgemeester en wethouders van Drechterland heeft bij besluit van 29 december 2015 een pand in Oosterblokker aangewezen als gemeentelijk monument. De eigenaar van het pand stelde beroep in tegen deze aanwijzing, stellende dat het besluit in strijd was met het gemeentelijk beleid en dat de monumentale waarde van het pand twijfelachtig was, mede op basis van een advies van het Gelders Genootschap en een aanvullend bouwkundig rapport.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het college het pand in redelijkheid als gemeentelijk monument mocht aanwijzen. De eigenaar stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat het college beoordelings- en beleidsruimte heeft bij de aanwijzing van monumenten en dat de adviezen van de erfgoedcommissie, die het pand als monumentwaardig beschouwt, voldoende gewicht mogen krijgen, ook al verschillen deze van het advies van het Gelders Genootschap.
Voorts werd geoordeeld dat het aanwijzingsbesluit voldoet aan de vereisten van het Eerste Protocol bij het EVRM en dat de eigendom niet onredelijk wordt beperkt door de aanwijzing. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanwijzing van het pand als gemeentelijk monument wordt bevestigd.