Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag van 17 februari 2025 voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel. De rechtbank stelt vast dat de minister de beslistermijn, die voor aanvragen vóór 28 maart 2025 maximaal 90 dagen plus een mogelijke verlenging van drie maanden bedraagt, heeft overschreden. Eiser heeft de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en daarna beroep ingesteld.
De rechtbank bepaalt dat de minister binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen, tenzij de minister binnen die termijn nader onderzoek aankondigt, waarna de termijn wordt verlengd tot twintig weken. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht en een deel van de proceskosten, omdat eiser een professionele gemachtigde inschakelde. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en verklaart het beroep gegrond.