ECLI:NL:RBDHA:2026:9229
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De rechtbank heeft het beroep van eiser beoordeeld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit op de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag en het verzoek tot terugname door Duitsland is aanvaard.
Eiser stelde dat hij risico loopt op indirect refoulement bij overdracht aan Duitsland en dat zijn medische situatie ernstig is, waardoor overdracht tot onomkeerbare achteruitgang zou leiden. De rechtbank oordeelde dat de minister zich op het standpunt mocht stellen dat hij de aanvraag niet onverplicht hoefde te behandelen, omdat er geen concrete aanwijzingen zijn dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt.
De rechtbank vond dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat hij in Duitsland geen nieuwe asielaanvraag kan indienen of dat zijn medische situatie zodanig ernstig is dat overdracht onevenredige hardheid oplevert. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.