ECLI:NL:RBDHA:2026:9254
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid homoseksuele geaardheid
Eiser, een Ugandese man die asiel aanvraagt in Nederland op grond van zijn homoseksuele geaardheid, kreeg aanvankelijk afwijzing van zijn aanvraag. Na een eerdere gegrondverklaring van beroep en vernietiging van het besluit, nam de minister een nieuw besluit dat opnieuw werd aangevochten. De rechtbank oordeelt dat de minister in het bestreden besluit en aanvullend besluit 1 onvoldoende gemotiveerd heeft waarom de verklaringen van eiser over zijn bewustwordingsproces en zijn relaties niet aannemelijk zijn.
Na een aanvullend besluit 2, waarin de minister een integrale beoordeling maakte en een aanvullend gehoor hield, blijft de minister bij zijn standpunt dat eiser zijn homoseksuele geaardheid niet aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank stelt dat eiser onvoldoende diepgaande en persoonlijke verklaringen heeft gegeven tijdens de procedure, terwijl dit van hem verwacht mocht worden. Ook zijn gestelde liefdesrelaties met drie partners zijn niet overtuigend onderbouwd.
De rechtbank concludeert dat de minister de gebreken in het eerdere besluit heeft hersteld met het aanvullend besluit 2 en dat de afwijzing van de asielaanvraag rechtmatig is. Het beroep wordt gegrond verklaard, het eerdere besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het eerdere besluit, maar handhaaft de afwijzing van de asielaanvraag in het aanvullend besluit 2.