In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedaan op 6 januari 2026, wordt het beroep van eisers behandeld die zich hebben beklaagd over het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op hun asielaanvraag van 15 september 2022. De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister, na een verzoek van eisers om binnen twee weken te beslissen, niet heeft gereageerd. Op 2 december 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen, maar de rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit kennelijk niet-ontvankelijk is. Dit komt omdat er geen gronden zijn ingediend die betrekking hebben op het alsnog genomen besluit, waardoor dit beroep ongegrond is. De rechtbank concludeert dat de minister geen bestuurlijke dwangsom hoeft te betalen, aangezien hij heeft voldaan aan het verzoek van eisers door alsnog te beslissen. De proceskosten van eisers worden vastgesteld op € 467,-, die de minister moet vergoeden. De uitspraak is openbaar gemaakt en kan worden ingezien op rechtspraak.nl.