ECLI:NL:RBDHA:2026:945
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarden voor onroerende zaak gemeente Alphen aan den Rijn
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Alphen aan den Rijn over de WOZ-waarden van een onroerende zaak voor de jaren 2022 en 2023.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de WOZ-waarden, met waardepeildata 1 januari 2021 en 1 januari 2022, niet onjuist zijn vastgesteld. De gemachtigde van belanghebbende heeft echter alleen standaardteksten ingediend zonder concrete, op de zaak toegespitste gronden, ondanks een termijn van vier weken om dit alsnog te doen.
De rechtbank oordeelt dat het aan de gemachtigde is om specifiek aan te geven wat er volgens hem onjuist is aan de vastgestelde waarden, hetgeen niet is gebeurd. De standaardwerkwijze om pas ter zitting concrete gronden te formuleren is in strijd met de goede procesorde.
Daarom zijn de beroepen kennelijk ongegrond en wordt het beroep afgewezen. Er is geen sprake van termijnoverschrijding en geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of immateriële schadevergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarden wordt ongegrond verklaard en afgewezen.