ECLI:NL:RBDHA:2026:9461
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 17 oktober 2025 waarbij zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Uit een systeemuitdraai van het COA blijkt dat eiser op 28 oktober 2025 met onbekende bestemming is vertrokken uit de opvang. De gemachtigde van eiser heeft verklaard geen contact meer met hem te hebben. Op basis van vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt en geen contact onderhoudt geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland.
De rechtbank volgt het standpunt van de gemachtigde niet dat het beroep inhoudelijk beoordeeld moet worden vanwege het terugkeerbesluit en het indirect-refoulementbeginsel. Er is geen concreet aanknopingspunt dat eiser bij terugkeer risico loopt op schending van non-refoulement. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard en wordt geen inhoudelijke beoordeling gegeven. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming en gebrek aan procesbelang.