ECLI:NL:RBDHA:2026:9555
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid proeftijdbeding en niet-discriminatoir ontslag tijdens zwangerschap
De zaak betreft een geschil tussen een kassamedewerker en haar werkgever, Jumbo, over de geldigheid van een proeftijdbeding en de rechtmatigheid van haar ontslag tijdens de zwangerschap. De werknemer was sinds 11 november 2025 in dienst op basis van een 0-urencontract voor zeven maanden, met een proeftijd van twee maanden opgenomen in de arbeidsovereenkomst. De CAO voor het Levensmiddelenbedrijf maakt een afwijking van de wettelijke proeftijd van één maand mogelijk tot twee maanden.
De werknemer stelde dat het proeftijdbeding nietig was omdat de contractduur slechts zeven maanden bedroeg, en dat het ontslag discriminerend was vanwege haar zwangerschapsklachten. De werkgever voerde aan dat het proeftijdbeding rechtsgeldig was op grond van de CAO en dat het ontslag was gebaseerd op onvoldoende functioneren en gedragsproblemen.
De rechtbank oordeelde dat het proeftijdbeding rechtsgeldig was door de afwijking in de CAO en dat de wettelijke gunstigere proeftijd van één maand van toepassing was. Het ontslag vond binnen deze periode plaats. Hoewel de werknemer een vermoeden van discriminatie wegens zwangerschap aannemelijk maakte, heeft de werkgever dit vermoeden overtuigend weerlegd met bewijs van disfunctioneren en gedragsproblemen. Het ontslag was daarmee niet onregelmatig of discriminatoir.
De verzoeken tot toekenning van schadevergoeding en billijke vergoeding werden afgewezen. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten van € 721,00. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het ontslag tijdens de proeftijd is rechtsgeldig en niet discriminatoir; het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.