Eiseres, een LHBTIQ+-persoon van Ghanese nationaliteit, diende op 15 februari 2026 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel in Nederland. De minister nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Polen op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk zou zijn, mede gebaseerd op een Schengenvisum dat Polen aan eiseres had verleend.
Eiseres voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Polen niet zonder meer kan worden aangenomen vanwege structurele tekortkomingen in de Poolse asielprocedure voor LHBTIQ+-personen. Zij onderbouwde dit met het rapport 'Crossing Double Borders' van 2025, dat juridische obstakels en risico's op onrechtmatige afwijzingen en refoulement voor LHBTIQ+-vluchtelingen in Polen beschrijft.
De rechtbank oordeelde dat eiseres voldoende concrete aanwijzingen had geleverd om het vermoeden dat Polen aan zijn internationale verplichtingen voldoet te weerleggen. De minister slaagde er niet in dit vermoeden gemotiveerd te handhaven. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en de minister opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de rechtbank op het beroep zelf had beslist. De minister werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.