ECLI:NL:RBDHA:2026:9804
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Afghaanse minderjarige wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende verwestering
Eiser, een Afghaanse minderjarige, vroeg in 2021 asiel aan in Nederland. Zijn aanvraag werd in 2023 afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van zijn verhaal over brandstichting in een moskee en onvoldoende bewijs van verwestering. De rechtbank vernietigde dit besluit in januari 2024 vanwege onzorgvuldigheden bij het horen van eiser als meerderjarige terwijl hij minderjarig was.
Na aanvullend onderzoek en een nieuw besluit in januari 2025 handhaafde de minister de afwijzing. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep van de minister ongegrond en verwees de zaak terug naar de rechtbank. De rechtbank behandelde het beroep opnieuw in april 2026.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij verwesterd is en dat zijn asielmotief ongeloofwaardig blijft. Ook zijn beroep op een verblijfsvergunning regulier wegens privéleven of humanitaire omstandigheden werd afgewezen, mede vanwege het ontbreken van schrijnende omstandigheden en het feit dat zijn PTSS-klachten niet tot een medische noodsituatie leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van 28 januari 2025. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van zijn asielaanvraag blijft in stand.