Uitspraak
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
5.1. Naar het oordeel van de rechtbank doen zich geen ‘Bahaddar-omstandigheden’ voor. Hiertoe is het volgende van belang. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar India doelwit zal worden van geweld, omdat hij moslim is. Verweerder heeft er in dit kader op gewezen dat eiser via sociale media heeft vernomen dat hindoes moslimjongens vermoorden die met hindoe meisjes zijn getrouwd, maar dat hij er geen concrete aanwijzingen voor heeft dat dit met hem zal gebeuren. Verder heeft verweerder erop gewezen dat uit informatie van het Australische ministerie van Buitenlandse Zaken volgt dat moslims in India over het algemeen dezelfde toegang hebben tot diensten van de overheid als andere inwoners van India en dat er een laag risico bestaat op discriminatie door officiële instanties. Ook komt lokaal willekeurig geweld voor, maar wordt het merendeel van de moslims in India hier geen slachtoffer van. [4] De rechtbank is van oordeel dat het standpunt van verweerder niet evident onjuist is en er geen sprake is van een onmiskenbare schending van artikel 3 van Pro het EVRM.