Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft eiser op 16 juli 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een verblijfsdocument EU/EER. De rechtbank heeft uitspraak gedaan buiten zitting op basis van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkgesteld wordt met een besluit, zoals bepaald in artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb. Eiser had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard door de minister van Asiel en Migratie op 21 december 2023. De rechtbank had eerder, op 26 april 2024, het beroep tegen deze afwijzing gegrond verklaard en verweerder opgedragen om binnen acht weken een nieuw besluit te nemen. Echter, een uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 24 juni 2024 schorste de werking van de eerdere uitspraak van de rechtbank. Hierdoor was de termijn voor het nemen van een besluit op de aanvraag op het moment van indiening van de ingebrekestelling op 27 juni 2025 geschorst. De rechtbank concludeert dat het beroep tegen het uitblijven van een besluit op de aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk is. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan op 22 januari 2026.