Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 16 mei 2024 een asielaanvraag in waarop binnen zes maanden, dus uiterlijk 16 november 2024, een besluit genomen moest worden. Eiser stelde de minister van Asiel en Migratie rechtsgeldig in gebreke op 18 augustus 2025. Volgens artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een beroepschrift pas worden ingediend nadat twee weken zijn verstreken na ontvangst van een schriftelijke ingebrekestelling.
Eiser diende het beroep echter al in op 1 september 2025, binnen de termijn van twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling, waardoor het beroep prematuur en dus niet-ontvankelijk is. De rechtbank oordeelt dat de verlenging van de beslistermijn met negen maanden onvoldoende is gemotiveerd en dat de wettelijke beslistermijn van zes maanden geldt.
De rechtbank wijst het beroep af en bepaalt dat verweerder alsnog binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen. Bij overschrijding van deze termijn kan een dwangsom worden opgelegd. De rechtbank kent geen proceskostenvergoeding toe aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier A. Hiddouch, zonder zitting.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuriteit.